maandag 6 oktober 2014

Schreeuwen om mijn fiets!

Afgelopen woensdagavond (10 september 2014) werd in Midden-Limburg de laatste wedstrijd in de reeks van de WFL Chrono Trofee afgewerkt, een tijdrit over 15 kilometer op de Wessemerdijk in Panheel. Een verslag.


Na mijn eerste kennismaking met het tijdrijden twee weken eerder in Haelen, toog ik nu op weg naar Panheel voor de laatste tijdrit van de Chrono Trofee. Waren het de vorige keer 5 kilometer onder de meest slechte weersomstandigheden, dit keer stond er het drievoudige, nl. 15 kilometer op het programma. Grootste verschil: een rustige nazomer avond met weinig wind en een waterig zonnetje. 

Thuis had ik de site van het KNMI al geraadpleegd om de omstandigheden en vooral de windrichting te checken: als er al sprake was van wind, zou deze de eerste 7,5 kilometer tot aan het keerpunt schuin van voren staan.

Aangekomen in Panheel stopte ik even bij de Wakers Lounge van Fun Beach om mijn startnummer af te halen om vervolgens door te rijden richting de sluis in het kanaal van Wessem naar Nederweert. De parkeerplaats bleek alweer goed gevuld met diverse jongens, meiden, mannen en vrouwen, inclusief aanhang. Wat mij meteen opviel was dat er in tegenstelling tot de vorige keer weinig renners inreden op de rollen. Veelal werd er gebruikt gemaakt van fietspaden in de buurt van de startlocatie, "of zou dat misschien toch met de langere afstand te maken hebben", dacht ik.

Iets te vroeg bleef ik nog even lekker in de opgewarmde auto zitten, maar rond de klok van half zeven - mijn starttijd was 19:28 uur - begon ik langzaam met mijn warming-up: wél gewoon op de Tacx. Naslag op internet en een tip van de Nederlands Kampioen bij de Elite ZC Remco Grasman, deed mij besluiten om voor deze afstand mijn warming-up niet langer dan een half uur te laten zijn. Of dat achteraf slim is geweest, weet ik niet, maar al doende leert men.

Omdat mijn vrouw Romy er dit keer helaas niet bij kon zijn, had ik er wel reeds voor gezorgd dat al mijn spullen in gereedheid lagen (o.a. een droog ondershirt, fietsshirt reeds voorzien van rugnummer én armstukken - die ik de vorige keer door de zenuwen vergeten was aan te trekken).

Na een half uurtje stapte ik van de Tacx af, borg deze weer op in de auto, verwisselde mijn achterwiel en kleedde mij aan om mij vervolgens langzaam richting start-finish te begeven. Daar aangekomen zag ik alleen renner nummer 55 voor mij staan - zelf had ik startnummer 58 - dus besloot even wat afstand te houden. Al snel werd ik echter door het KNWU jurylid gemaand naar voren te komen, omdat hij toch de het idee had dat beide renners niet meer (op tijd) zouden verschijnen. 

Geleerd van mijn eerste tijdrit in Haelen zorgde ik voor een wat lichter verzet om goed uit de startblokken te kunnen komen. Ook door een official te worden vastgehouden en reeds met beide voeten ingeklikt in de pedalen bleek niet meer onwennig. "Nog 30 seconden", gaf het jurylid aan. Ik controleerde nog even mijn zithouding en of mijn schoenen goed waren ingeklikt. "Nog 10 seconden....., 5, 4, 3, 2, 1" en weg was ik.

Dit keer kwam ik inderdaad goed op gang en in de eerste kilometer behoedde ik mij (ook een leerpunt van de vorige keer) voor een te hoge snelheid. Vooraf had ik een schema van 40km/u gemiddeld ingeschat dus ik consolideerde zo rond de 41km/u wetende dat er nog een keerpunt - en dus wegvallen van snelheid - volgde. Mijn hartslag zat rond de 180bpm en de cadans rond de 91, exact zoals getraind. 

"Gaat prima zo!", sprak ik mezelf toe. Na ongeveer 4 kilometer, begon de snelheid echter langzaam wat te zakken: 40,5 - 40 - 39..... "Oh ja, verdraaid: de wind!", dacht ik. Veel was het niet - het riet langs het kanaal bewoog nauwelijks - maar voldoende voor enige weerstand ondanks de liggende houding. Ik consolideerde op 38,5 gemiddeld tot aan het keerpunt. 

Met 7 kilometer op de teller kwam het keerpunt in zicht. Ik kwam uit mijn houding en remde bij. 

Helaas! Valpartij!

Nu vind ik keren op de weg al lastig, laat staan op vrij smalle wegen, maar waarschijnlijk te wijten aan een te hoge snelheid kwam ik te ruim uit de U-bocht en raakte ik met mijn voorwiel net van het asfalt en gleed ik onderuit. Daar lag ik dan, en er schoot me meteen iemand te hulp. "Gaat het?", vroeg de behulpzame omstander mij, maar het enige waar ik in die paar seconden nadat ik de grond had geraakt aan kon denken was: "Waar is mijn fiets? waar is mijn fiets! Geen seconde te verliezen!!!" Ik krabbelde op, greep mijn fiets en de omstander duwde mij op gang.

Net op dat moment werd ik ingehaald door de achter mij gestarte renner, hetgeen betekende dat deze al een minuut op mij had goed gemaakt. "Gewoon doorfietsen, niet laten afleiden", riep ik mezelf toe, nog niet eens gecontroleerd te hebben of er iets kapot was aan mezelf of aan mijn fiets. 

Dat beetje wind had ik nu mee en al snel ging het richting de  41, 42, zelfs 43km/u. "Rustig, rustig! 7 kilometer is nog ver, blaas jezelf nu niet door de adrenaline van de val op", dacht ik en ik zocht weer naar mijn juiste cadans, hartslag en snelheid. Met nog 4 kilometer te gaan, werd ik voor de tweede keer ingehaald. Niet erg, want bleek de latere winnaar te zijn. Stayaren mag niet, dus ik hield gepaste afstand, maar al snel reed betreffende renner van me weg. 

In een zeer steady snelheid van 41,5 km/u 'gleed' ik naar de finish. De benen voelde al zwaar maar op wilskracht pompte ik er in de laatste kilometer alles uit en passeerde ik met bijna 45km/u de finishlijn. 



Ik rolde uit en toen pas bemerkte ik dat ik bloedde aan mijn linker elleboog, dat mijn bovenbeen pijnlijk was en dat mijn hele linker zij en linkerkant van de fiets flink onder het stof zat. Rustig reed ik terug naar de auto en daar aangekomen, nam ik de schade op: mijn fiets was gelukkig nog helemaal in orde en ach, een geschaafde elleboog en gekneusd bovenbeen, dat hoort er allemaal bij. Wordt je alleen maar harder van, toch?

Een goede klassering had ik wel om zeep geholpen met mijn val, maar toch was ik ook nu weer dik tevreden. Na twee wedstrijden weet ik nu wel dat deze discipline mij best goed afgaat, tenminste in ogenschouw nemende dat ik (nog) geen tijdrit materiaal als aerodynamische fiets, helm en kleding bezit. Ik vind het leuk, kan vechten tegen mijn eigen lichaam en de omstandigheden dus de komende winter ga ik mijn trainingen richten op deze mooie discipline. 

Volgende stop: de Monstertijdrit (122,5km) in Almere op 28 september a.s.

Een dag later blijkt dat ik, ondanks de val, toch nog 11e ben geworden in een tijd van 23:20min. Op 28 seconden na net geen top 10.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten